“Achter het behang van ieder huisje, zit wel eens een muisje”.

 

                           Bovenstaande zin kreeg ik te horen toen ik bij de Stichting ’t Twickel navraag

                                                deed naar mijn overgrootvader van  moeders kant,   

           

                                                                        Arend Jan Materman.

                                      

 

Dat ik daar navraag deed was omdat in familiekringen het gerucht ging dat Arend Jan Materman

de buitenechtelijke zoon zou zijn van Carel baron van Heeckeren,  de kasteelheer van ‘t Twickel. 

Arend Jan zou zijn verwekt tijdens een jachtpartij op kasteel Middachten.

En ik moet zeggen, de gelijkenis tussen Arend Jan Materman en zijn  vermeende vader

op ongeveer  dezelfde leeftijd is frappant! 

                                                       zie de foto,s van beide heren op deze site.

                    

 

Maar je moet verschil maken tussen “facts” en “fiction”, en je niet laten verleiden tot het schrijven van een

smeuïg verhaal dat van geen kant klopt.  

                                                        Laat ik me eerst aan u voorstellen. 

                                                                              Mijn naam is  Jan Benink.

 

Mijn grootmoeder van moeders kant is Bertha Spiele-Materman,  geboren te Stad Delden  op

 10-10-1885, dochter van Arend Jan Materman en zijn vrouw Johanna Bernarda Brunnekreef.

 

Mijn grootvader, Jan Gerrit Spiele, heeft Bertha Materman ontmoet toen zij hoofd was van

de linnenkamer van hotel Carelshaven, het vroegere schipperscafé dat de baron van ’t Twickel

had laten bouwen na het graven in zijn opdracht van de Twickelervaart.

 

Hun huwelijk waaruit ondermeer mijn moeder werd geboren vond plaats op 6-2-1913 te Stad Delden.

 

Carelshaven behoorde tot ’t Twickel

In feite was mijn grootmoeder destijds in dienst van ’t Twickel!

Nét als haar vader!

Na mijn pensionering als juridisch medewerker van de gemeente Enschede had ik tijd genoeg om me

op mijn gemak op de mogelijke oplossing van het mysterie  te gaan werpen.

 

Ik begon met het verzamelen van gegevens die binnen de familie aanwezig waren.

En daar zat zéér interessante en relevante informatie bij!

Het toeval wilde dat tijdens mijn recherchewerkzaamheden het boek van Aafke Brunt en Jan Haverkate

verscheen, getiteld  “Tussen twee tijden, Twickel in de negentiende eeuw”, het levensverhaal van

Carel baron van Heeckeren”,  de vermeende verwekker van Arend Jan Materman.

 

Aafke Brunt Brunt beheert als archivaris het huisarchief van de Stichting Twickel.

Ook van haar kreeg ik interessante informatie.

Ik bezocht de NH Blasius kerk in Delden, waar Arend Jan Materman van 1890-1924 koster is geweest.

Hij werd in dit ambt benoemd op grond van het zogenaamde “collatierecht”door de baron van

kasteel’t Twickel,  in dit geval door baron Rodolphe van Heeckeren, zoon uit het tweede huwelijk van

Carel baron van Heeckeren met Isabelle Sloets van Toutenburg.

Rodolphe van Heeckeren zou dus, als Carel van Heeckeren de vermeende vader van Arend Jan is geweest,

de stiefbroer van Arend Jan zijn!

In de NH Blasius hangt in de consistoriekamer slechts één portret aan de muur.

Het is het portret van Arend Jan Materman, staande bij het “Twickelpoortje”  van de kerk.

Dat poortje is een toegangsdeur tot de kerk die uitsluitend door bewoners van het kasteel mag worden

gebruikt en leidt naar de voor de kasteelbewoners in de kerk aanwezige speciale “Twickelbank”.

                                                             De foto staat op deze site

        

                 

 

Op deze site las ik dat Arend Jan Materman op 11-5-1851 te Imbosch, gemeente Rozendaal, is geboren.

Bijna op de dag af 1 jaar na het op 10-5-1850 gesloten huwelijk tussen zijn ouders, de dagloner en papiermaker

Bart Materman en Johanna Hermiena Ziens.   Dit was het 2e huwelijk van Bart Materman.

Andere kinderen worden uit dit 2e huwelijk van Bart Materman niet geboren.

 

Het huwelijk heeft niet lang mogen duren, want op 23-10-1852, iets meer dan een jaar na de geboorte van

Arend Jan, overlijdt Johanna Hermiena Materman-Ziens  te Imbosch, gemeente Rozendaal,

slechts 32 jaar oud

op 20-5-1854 trouwt Bart Materman voor de derde keer.

Het bevolkingsregister van de gemeente Rozendaal (1850-1860) vermeldt dat Arend Jan Materman

tijdelijk afwezig was.

In de volgende registers wordt hij niet meer genoemd. De beheerder van de site van de stamboom van de

familie Materman  vermoedt dat Arend Jan Materman aan een ziekte is gestorven.

Maar zoals we uit het vorenstaande al hebben kunnen opmaken, is dat vermoeden onjuist!

 

Wat zou de aanleiding kunnen zijn geweest dat Arend Jan Materman uit het bevolkingsregister van

Rozendaal verdwijnt,  maar later ineens in het bevolkingsregister van Ambt en Stad Delden opduikt?

Met als beroep  “winkelier”, “landbouwer”en “stadsknecht”.

Verbleef Arend Jan Materman na zijn verdwijning uit Rozendaal mogelijk al in Stad en Ambt Delden,

waar Carel baron van Heeckerenen   later zijn zoon Rodolphe, overal een dikke vinger in de pap had?

 

Zoals bij vele zaken, moet je bij het begin beginnen.

Na het overlijden op 31-3-1850 van zijn eerste echtgenote Cornélie van Wassenaer , was

Carel baron van Heeckeren zwaar depressief en zelfs suïcidaal.  hij was destijds 42 jaar oud, weduwnaar

en kinderloos. 

Maar door zijn huwelijk met Cornélie wél een van de rijkste inwoners van Nederland!

Om op andere gedachten te komen bezoekt hij in 1850 zijn broer Willem en Kasteel Middachten, gelegen

in de nabijheid van de gemeente Rozendaal.

 

Vanuit het tot het familiebezit van de van Heeckeren,s behorende hof te Dieren, werden door de van

Heeckerens destijds vaak bezoeken gebracht aan de graaf en de gravin van Aldenburg Bentinck in

kasteeel Middachten.

 

Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal Bart Materman op dat kasteel als dagloner hebben gewerkt.

Van de beheerder van deze site vernam ik dat vele Materman(nen) op kasteel Middachten werkzaamheden hebben

verricht.  Op kasteel Middachten zal Carel baron van Heeckeren in 1850 niet alleen Bart Materman, maar ook

diens  nieuwe echtgenote Johanna Hermiena Materman-Ziens tegen kunnen zijn gekomen.

Het huwelijk was immers gesloten in mei 1850.

 

In de familie gaat de mare rond dat Arend Jan Materman in dat jaar door Carel baron van Heeckeren

bij Johanna Hermiena tijdens een jachtpartij zou zijn verwekt.

Wat zich in die periode op en rondom kasteel Middachten heeft afgespeeld, is niet bekend.

Carel hield trouw alle gebeurtenissen per jaar chronologisch nauwgezet bij in zijn zakagenda,

die hij als een soort dagboek gebruikte.

Vele agenda’s zijn bewaard gebleven. Doch kort voor zijn dood heeft hij agenda’s geselecteerd die moesten

worden verbrand.

Bij het sterfbed van Carel op 7 november 1875 in zijn huis aan de Lange Voorhout 13

in den Haag,  is zijn broer Willem van Heeckeren, steeds aanwezig geweest.

Voor persoonlijke zaken die daar zijn besproken, kreeg Willem van zijn broer een zwijgplicht opgelegd.

Tot zaken die na zijn dood verbrand moesten worden behoorde óók de agenda met aantekeningen

over het bezoek van Carel aan zijn broer Willem en kasteel Middachten in 1850.

 

En áls er ondanks het vorenstaande nog wat over zou zijn, waar uit duidelijke conclusies over de verwekking

van Arend Jan Materman in 1850 op kasteel Middachten zouden kúnnen worden getrokken, dan zijn

die aantekeningen door Jan Willem Samberg, “’n amparten dominee” van de NH Blasius te Delden

en destijds archivaris van ’t Twickel, in opdracht van de weduwe van de in 1936 overleden

Rodolphe van Heeckeren geselecteerd.

Deze weduwe, barones van Heeckeren van Wassenaer-van Aldenburg Bentink voelde haar einde

naderen en  had geen behoefte aan postume familieschandalen.

 

Ze heeft de aantekeningen samen met andere persoonlijke documenten in de kachel van het

kasteel verbrand.

volgens geruchten zou de schoorsteen van het kasteel langdurig hebben gerookt.

Wat kunnen we nog méér over het leven van Arend Jan Materman vertellen?

Vóór 1877, dus vlak na de dood van zijn vermeende verwekker,  was Arend Jan Materman al in

dienst van ’t Twickel,    het kasteel behoorde tot het Ambt Delden, of eerder andersom!

In het bevolkingsregister van Ambt Delden staat niet vermeld wanneer Arend Jan Materman

zich vanuit Rozendaal in Ambt Delden vestigde. 

dat werd na zijn huwelijk anders.

Toen vestigde hij zich op 20 september 1877 in Stad Delden.

Die datum staat vermeld in het bevolkingsregister van Stad Delden.

 

Arend Jan Materman nam deel aan een soort “zilvervlootspaaractie”

die de baron voor het personeel mogelijk had gemaakt met een leuke rente van 4%.

Kunnen ze tegenwoordig nog een punt aan zuigen!

Arend Jan was verliefd geworden op Johanna Bernarda Brunnekreef,

de dochter van een ander lid van het personeel van de baron.

Dat personeelslid met de naam Egbert Brunnekreef wordt in het boek van Aafke Brunt en Jan Haverkate genoemd.

Rentmeester Wilterdink vertelt in dat boek in een brief aan zijn vrouw dat koning Willem III, die het Hof te Dieren

(eigendom van ’t Twickel) tijdens een overstroming van de IJssel bezocht, “Wel zo groot was als Egbert Brunnekreef”.

Een nazaat uit het geslacht van Egbert Brunnekreef was een collega van mij bij de gemeente Enschede.

En ik moet zegen, dat was een knoepert van een dame!

Volgens mij nog groter dan destijds koning Willem III!

Omdat hij met Johanna Bernarda Brunnekreef wilde trouwen, gaf Arend Jan aan zijn werkgever te kennen

dat hij zijn gespaarde geld wenste op te nemen,    Hij trouwt op 19-9-1877.

Baron Rodolphe van Heeckeren keert zijn werknemer f. 530,40 aan spaargeld uit.

Als bewijs van ontvangst wordt de kwitantie door zijn werknemer met “A.J. Materman” ondertekend.

Merkwaardig is dat in het spaarregister van ’t Twickel, Arend Jan met “Johan” wordt aangeduid!

Paste in het register een dubbele voornaam niet voor een eenvoudige werknemer?

Of zou een dubbele voornaam teveel in een bepaalde richting wijzen?    En was het te voornáám?

Of heeft Arend Jan de naam “Johan” gekozen, als een soort eerbetoon aan zijn moeder die immers “Johanna” heette?

Het kersverse echtpaar betrekt een huis dat eigendom is van ’t Twickel, met luiken in de heraldieke kasteelkleuren.

 

In 1890 benoemt Rodolphe van Heeckeren Arend Jan Materman tot koster van de NH Blasius te Delden.

Die functie heeft Arend Jan tot 1924 vervuld.

In het bezit van de familie is een van het rode lakzegel van de familie van Heeckeren voorziene door

Rodolphe van Heeckeren geschreven ontslagbrief, waarin Arend Jan Materman onder dankzegging van de

door hem bewezen diensten, door Rodolphe ontslag als koster van de NH Blasius wordt verleend.

In de consistoriekamer van de NH Blasius hangt – zoals reeds gezegd – slechts één portret.

Dat van koster Arend Jan Materman.

Het echtpaar Materman krijgt een schare kinderen, waarvan mijn grootmoeder Bertha Spiele-Materman er één is.

       

 

Als stoffelijk blijk schenkt Rodolphe van Heeckeren Arend Jan Materman na zijn pensionering, onder begeleiding

van een bewaard gebleven handgeschreven persoonlijke brief, hem een uit het kasteel ’t Twickel afkomstige

leunstoel die in de familie eveneens bewaard is gebleven.

Ik bezit een foto van Arend Jan met zijn kleinkinderen in die leunstoel.  Arend Jan Materman sterft op 19-3-1929.

Zijn vrouw was 9 jaar daarvoor al overleden.

                     

                     

 

De familie bezit een condoleance brief van baron Rodolphe van Heeckeren, waarin hij onder dankzegging voor

de uitnodiging aan de nabestaanden zijn deelneming betuigt, en vertelt dat hij  “tengevolge van afwezigheid”

helaas verhinderd is om bij de uitvaart aanwezig te zijn.

 

Ik vermoed dat Rodolphe door zijn aanwezigheid bij de begrafenis van Arend Jan Materman geen statement

heeft willen maken, en verkoos om bij de begrafenis afwezig te zijn.

 

Terwijl ik dit schrijf krijg ik de mededeling dat door een familielid het bijbeltje van Johanna Hermiena Siens

is gevonden! met een “S” en niet met een “Z”.

En inderdaad, de familienaam schijnt in het verleden met een “S” én met een “Z” te zijn geschreven!

Achter het behang van ieder huisje, zit wel eens een muisje.

Of een letter!

Terwijl het nog géén Sinterklaas is.

Conclusie: “Het is een mooi en aannemelijk verhaal geworden, maar het onomstotelijke bewijs is helaas niet geleverd”.

Dát zou je alleen met DNA kunnen doen.

Even Caroline Tensen bellen voor haar TV programma “DNA onbekend”?

Het TV programma “Verborgen Verleden” zou natuurlijk óók een optie kunnen zijn!

 

                                                              Enschede 13-7-2012,

                                                            J.J. Benink.

 

 

                            

                                             Grafsteen Arend